9 Europese postbedrijven roepen gezamenlijk op tot voorzichtigheid bij de hervorming van de postdiensten in 2009
27 juli 2006

Naar aanleiding van de publicatie van de studie “Gevolgen van de voltooiing van de interne postmarkt in 2009 voor de universele dienstverlening” van PWC, drukken de postoperatoren van België, Cyprus, Frankrijk, Griekenland, Italië, Hongarije, Luxemburg, Polen en Spanje hun bezorgdheid uit over de resultaten van die studie. Zij bedienen samen meer dan 50 % van de bevolking van de Unie, en pleiten bij de Europese Commissie voor een evenwichtige benadering bij het opstellen van de toekomstige postwetgeving.
Begin juli publiceerde de Europese Commissie een studie die PriceWaterhouseCoopers (PWC) op haar verzoek maakte om te bepalen welke gevolgen een volledige liberalisering in 2009 in elke lidstaat zou hebben voor de universele dienstverlening.
Zoals vermeld in postrichtlijn 2002/39/EG legt de Commissie, op basis van de conclusies van die studie, vóór 31 december 2006 “aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor, vergezeld van een voorstel waarin, in voorkomend geval, het jaar 2009 wordt bevestigd voor de voltooiing van de interne postmarkt of in het licht van de conclusies van de studie een andere maatregel wordt vastgesteld”.
Het onderzoek van PWC stelt dat de openstelling van de markt in de meeste lidstaten ingrijpende gevolgen zal hebben voor de operator die de universele dienst verstrekt én voor de universele postdienst zelf. Die gevolgen variëren naargelang de specifieke situatie in elk lidstaat. De studie besluit dan ook dat die lidstaten welbepaalde begeleidingsmaatregelen moeten invoeren om de duurzaamheid van de universele dienstverlening te garanderen in een vrijgemaakte omgeving.
Die maatregelen zijn onder te brengen in drie categorieën:
- Een eerste reeks maatregelen betreft een hogere efficiëntie en productiviteit, die verondersteld worden de impact van de vrijmaking te compenseren. Bovenop de reeds ingevoerde maatregelen van goed bestuur, omvat ze ook een inkrimping van het postkantorennet en een afstemming van de loonkosten van de traditionele operator op die van zijn concurrenten.
- De tweede categorie bestaat uit een afbouw van de universele dienstverlening zelf om de kosten te drukken, en een tariefverhoging voor kleine gebruikers.
- De derde en laatste categorie zou bestaan uit rechtstreekse overheidssteun.
De ondertekenaars van dit persbericht beschouwen deze begeleidende maatregelen als nadelig voor de meeste gebruikers, onwerkbaar of eenvoudigweg geen echte begeleidingsmaatregelen. Er is geen bewijs voorhanden dat ze doeltreffend zullen zijn of dat ze het mogelijk zullen maken de doelstellingen te realiseren.
Deze maatregelen garanderen de financiering van de universele dienstverlening niet en schaden de reikwijdte, de kwaliteit en de toegankelijkheid van de dienstverlening waarover de burgers van de Unie op dit ogenblik beschikken.
Uit de derde overweging bij de Richtlijn van 2002 blijkt nochtans dat de Commissie erg begaan is met de economische en sociale schade die dreigt als de universele dienstverlening in gebreke zou blijven: “In artikel 16 van het Verdrag wordt gewezen op de plaats die de diensten van algemeen economisch belang in de gemeenschappelijke waarden van de Unie innemen, alsook op de rol die zij vervullen bij het bevorderen van sociale en territoriale samenhang. Verder moet volgens dit artikel er zorg voor worden gedragen dat deze diensten functioneren op basis van beginselen en voorwaarden die hen in staat stellen hun taken te vervullen”.
De studie schept geen duidelijkheid over de economische gevolgen van een inkrimping van de universele dienstverlening, in het bijzonder voor de kleine en middelgrote ondernemingen, en gaat ook voorbij aan de sociale en maatschappelijke gevolgen.
Tot slot beantwoordt de studie niet aan de uitdrukkelijke vraag van het Europees Parlement uit februari 2006 om een gepaste financiering voor de universele dienstverlening te bepalen.
De ondertekenaars roepen op tot voorzichtigheid bij het opmaken van de 3e Postrichtlijn.
Eerst en vooral moeten werkelijk doeltreffende maatregelen voor de financiering van de universele postdienst worden geïdentificeerd. Ten tweede moeten die worden ingevoerd alvorens een einde te maken aan de enige maatregel die tot op heden heeft bewezen doeltreffend te zijn als hij correct omschreven is: een beperkte gereserveerde zone.