Nieuw directiecomité bij De Post.

2002/2/6

Een maand nadat hij aan het hoofd van De Post is gekomen, richt Johnny Thijs een nieuw directiecomité op. Dit wordt het enige bestuursorgaan dat de strategie voorlegt aan de raad van bestuur en ze uitvoert, en verantwoordelijk is voor het dagelijks bestuur van de onderneming. Het directiecomité rapporteert maandelijks aan de raad van bestuur en bestaat uit acht leden.

De operationele rol van het directiecomité wordt versterkt door de aanwezigheid van drie directeurs die verantwoordelijk zijn voor de leiding van volgende entiteiten:

  • “Mail”, onder leiding van Jan Tindemans.
  • “Retail”, voorlopig onder de directe verantwoordelijkheid van Johnny Thijs.
  • “New business”, onder leiding van Christophe Evers.

Anderzijds hebben vier leden van het directiecomité een functionele verantwoordelijkheid:

  • “Human resources”, voor een beperkte maar onbepaalde duur onder leiding van Gilbert Pirson, omvat personeelsadministratie, interne communicatie, security, management development en opleidingen.
  • “ICT”, onder leiding van Johan Vinckier. Johan Vinckier blijft ook verantwoordelijk voor de financiële Post, Operando en e-Services.
  • “Boekhouding en Financiën”, onder leiding van Martine Durez, omvat volgende functies: boekhouding, controle, risicobeheer, thesaurie en belastingen.
  • “Regulatory, Legal, External communication”, onder leiding van Michiel Steel. Hij krijgt ook de leiding over de entiteiten Facility management en Purchasing, naast de verantwoordelijkheid over Laterio.

De functionele directeurs zijn verantwoordelijk voor het uitstippelen van het beleid en voor de concrete opvolging ervan.

Jean-Luc Paternoster wordt secretaris-generaal en rapporteert aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan de gedelegeerd bestuurder.

Robert Torck en Jan Lambrecht hebben, in overleg met de gedelegeerd bestuurder, besloten de onderneming te verlaten, omdat hun functie niet in de nieuwe structuur is opgenomen.

Deze reorganisatie van het directiecomité moet De Post de nodige middelen bezorgen om de uitdagingen in een concurrentiële omgeving aan te gaan en om de kwaliteit van haar dienstverlening aan de bevolking en de klanten te verhogen.